Menu
0
   

Description

MolenDe stichting van de cisterciënzer abdij van Paix-Dieu valt binnen de context van de vrouwelijke mystiek, een beweging die het bisdom Luik aan het begin van de 13de eeuw heeft gekenmerkt. De cisterciënzer zusters uit Val Benoît vestigden zich tussen 1239 en 1241 in het Haspengouwse dorpje Oleye, op uitnodiging van ridder Arnould de Corswarem. Deze plaats werd door de cisterciënzers echter niet volledig geschikt geacht voor de stichting van een abdij.

In 1244 werd de abdij daarom overgebracht naar een vallei, waar verschillende beken samenvloeiden: in Grognart. Dat op deze locatie een graanmolen stond, waar de gemeenschap haar levensonderhoud aan ontleende, was geen toeval voor de keuze van de plek.

De abdij van Paix-Dieu is als landbouwgebied meteen een ideale plek voor de cisterciënzers om zelfbedruipend te leven. In 1257 cultiveert het klooster 453 hectaren. Dat is niet veel in vergelijking met de 10.000 ha van Villers-la-Ville en de 7000 ha van Orval. Het klooster van Paix-Dieu werd pas later gesticht, waardoor het niet veel grondbezittingen heeft kunnen vergaren in de loop der eeuwen. Het domein wordt echter gecultiveerd volgens de methoden van de eerste cisterciënzers. De gronden worden opgedeeld over twee schuren, die onder het gezag staan van werkbroeders, in Oleye en Bodegnée. De abdij ondervindt flink wat economische schade van de crisis van het einde van de 13de eeuw, waarna Paix-Dieu haar domein herinricht en de meeste gronden laat bewerken door boeren.
Langzamerhand ontwikkelt de abdij zich tot grootgrondbezitter, en de winst die ze maakt met haar landerijen stelt haar in staat de kerkelijke en boerderijgebouwen te laten bouwen die we nu kennen (1730-1767).Vue axonométrique Paix-Dieu

Tijdens de Franse Revolutie worden de gebouwen en gronden verkocht als nationale goederen. De gemeenschap valt uiteen en wordt niet meer hersteld. De boerderij blijft functioneren, net als de molen. Sommige kerkelijke gebouwen, zoals de kloostergang, verdwijnen, maar andere dienen als schuur of distilleerderij.

De geloofsgemeenschap bestaat uit een abdis die de verantwoordelijkheid draagt voor het spirituele en wereldse beleid van het klooster, gewijde zusters die de diensten voorgaan, de werkzusters die

het huishoudelijk werk doen in het hart van de abdij, en de scholieren.
De slotzusters leefden meestal met slechts 20 tot 25 leden in het klooster. De abdis had haar eigen vleugel, tussen de abdijkerk en het gastenkwartier waar tijdelijke bewoners zich ophielden.
Verder bood Paix-Dieu onderdak aan twee religieuzen die de diensten leidden en de biecht afnamen, huispersoneel en af en toe gasten. Van tijd tot tijd woonden er ook ambachtslieden die de gebouwen moesten onderhouden en aanpassen: timmerlieden, dakdekkers, wevers, brouwers, kuipers enz. De eenheid die we zien, is te danken aan het gebruik van traditionele materialen en technieken. De gebouwen zijn van de 17de en 18de eeuw en werden gebouwd in de Maaslandse stijl. Ten gevolge van branden, plunderingen en oorlogen (ook religieuze) ondergingen ze verschillende diepgaande veranderingen.

De boerderij is goed bewaard gebleven, maar de kerkelijke gebouwen zijn na hun verkoop als nationale goederen in 1797 en na het uiteenvallen van de geloofsgemeenschap, in verval geraakt.
De kerk bevat geen meubilair meer. Ze gaf toegang tot een vierkanten kloostergang. De oostelijke vleugel van de kloostergang werd het 'dameskwartier' genoemd en bood onderdak aan de zusters. De zuidelijke vleugel liep parallel met de vleugel van de abdis. Hier overnachtten de werkzusters. Aan de westkant heeft de kloostergang plaats moeten maken voor de vleugel van de abdis, het gastenkwartier en het hoofdplein. De kloostergang en de galerijen van het hoofdplein (zichtbaar op een ets van Remacle Leloup) werden in de 19de eeuw afgebroken. De bouwmaterialen werden voor andere werven gerecupereerd.

Aîle de l'AbbesseHet gastenkwartier herbergt de bewoners van de abdij die niet aan de regels van het kloosterleven gebonden zijn. Tot de bijgebouwen behoren de molen, een brouwerij en een duiventil aan de zuidkant, een ziekenboeg aan de oostkant en het paterhuis. De vierkantshoeve verzekerde de abdij van haar levensonderhoud. De Saumery heeft het in zijn 'Délices au païs de Liège' (1736-1740) ook over een wonderdoende bron van Saint-Gérard, plek van aanbidding en bedevaartsoord.

In 1993 geeft het Waalse gewest haar fiat voor de oprichting van een centrum voor de ambachten ter behoud van het regionale erfgoed. Het centrum krijgt werkingsmiddelen tot 1999. Vervolgens wordt het Institut du Patrimoine wallon de verantwoordelijke voor het beheer en de ontwikkeling van het centrum. Het gastenkwartier is inmiddels gerestaureerd en huisvest de activiteiten van het centrum. De werken beëindigd in 2001 gaven het administratief beheer de mogelijkheid de plaats opnieuw in te richten. In het gebouw vinden ook vervolmakingsopleidingen en inwijdingen in het erfgoed plaats. Het gaat er hier om de ambachtslieden en jongeren wakker te maken voor het belang van het Waalse erfgoed.

Ook het onthaal van het Maison du Tourisme Hesbaye et Meuse heeft onderdak gevonden in de gebouwen van Paix-Dieu.

Plaats

Adres:
Rue Paix-Dieu 1 b
4540 Jehay
Téléphone: 
085 41 03 50

E-Mail:
info@paixdieu.be