Menu
0
   

HesbayeMet zijn open vlakte, laag reliëf landschap, en dorpen omgeven door boomgaarden en weiland, weergeeft Haspengouw op voortreffelijke wijze het « Open Field » landschap van ons land. Rivieren bakenen meer de regio af dan ze haar doorkruisen : in het zuiden, de Maas en haar vallei, in het westen, de Mehaigne, en in het noorden de Jeker. Enkel de Yerne, een zijrivier van de Jeker die ontspringt bij de boerderij van Hepsée (te Verlaine) vloeit van het zuiden naar het noorden richting Waremme/Borgworm, dwars door de regio heen. Indien het hydrografische netwerk vrijwel onbestaande is komt het plateau voor als een netwerk van droge valleien met een diepgaande, rimpelachtige, topografie. De droge valleien dateren uit de IJstijd. De schaarste van de beken en rivieren wordt verklaard door het absorptievermogen en de dorheid van de bodem waar water vlot wegvloeit. Daarom staat dit gedeelte van de regio ook bekend als « Droog-Haspengouw ». Met zijn dikke lagen slib is de grond ideaal voor de landbouw. Haspengouw is ook een van de oudste « akkerlanden » van Europa, al verbouwd in de Neogotiek. Krijt (overigens gemijnd in sommige dorpen) maakt twee-derden uit van de bodem. De ondergrond is bedekt met een dikke laag « sneeuwwind » slib afgezet in de IJstijd.

In elk dorp scharen de huizen zich rond de kerk, en worden ze omgeven door een netwerk van velden en plattelandswegen. De grond is er altijd bewerkt, voornamelijk voor de graanteelt.

Het weiland van dorpsgordels heeft ruimschoots expansie gekend tussen 1950 tot 1959. Het meeste grasland bevond zich diep in de valleien waar het ook enigszins vochtig was. Nu is het weer akkerland. De dorpsgordel bestaat uit twee concentrische kransen : een ervan omcirkelt het woongebied, met zijn boomgaarden en hoge fruitbomen, het andere, en recentere, de grasvlaktes.

Vandaag de dag zijn de boomgaarden grotendeels verdwenen ten gevolge van concurrentie uit andere EU landen in de fruitteelt sector.

Op het gebied van bebouwing is het traditionele Haspengouwse kwadraatpand het meest opvallende : het domineert alle andere woningen. Sommige dorpen, zoals Momalle, hebben er meer dan tien.

In de Middeleeuwen werd het open veld onderworpen aan de algemene agrarische gewoontes van de tijd : de driejarige rotatie met aanvulling, en het onbewerkte grasland. Het procedé werd al toegepast in de 13de eeuw, in Seraing-le-Château, op land beheerd door de lekenbroeders van de abdij van Neufmoustier.

BetteravesSinds de 19de eeuw verandert het systeem in Haspengouw. De rotatie van vroeger, nog toegepast in het begin van de eeuw, wordt opgegeven. Braaklegging verdwijnt helemaal. De nieuwe landbouw is vooral betrokken met de graanteelt : sommige vlaktes voorbehouden aan korenvelden maakten vrijwel 90 % uit van de oppervlakte van sommige dorpen. Men groeide er ook suikerbieten, aardappelen, marktgroenten en industriële gewassen. Onder het Ancien Regime werd dat voornamelijk spelt. Maar uiteindelijk domineerde tarwe toch.

In glooiend akkerland zag men vaak hier en daar een bosje staan, meestal op de minst vruchtbare bodems : het diende als jachtgebied. Aan de meer zuidelijke kant van Haspengouw, en langs de oevers van de Mehaigne en haar zijrivieren, vindt men nog altijd veel beboste grond. Blijkbaar kwam er vrij gauw felle kapping op het plateau. Middeleeuwse documenten en plaatsnamen verwijzen soms naar dichtbebost gebied langs de Geer of in de buurt van Saives. Maar tegen het einde van de Middeleeuwen zijn uitgebreide bossen meestal een herinnering geworden.

Overal in de valleien vinden we lange rijen populieren, en in de velden staan wilgen aan de oevers van een poel of een waterloop. Tenslotte dragen de kasteelparken ook een noemenswaardig steentje bij aan dit landschap van alternerend bosgebied en weiland.

Mécanisation agricoleOveral in Haspengouw hebben de grote ondernemingen de overhand gekregen. In het begin van de 19de eeuw was deze beweging nog niet ingezet en konden vele kleine ondernemingen, met een paar biggetjes en minder dan een hectare grond, nog overleven in de dorpen vlakbij de Maasvallei (Villers, Warnant, Jehay, ...). Ze waren van arbeiders die er wat meer inkomen in zagen. Voor de mechanisatie van de landbouw werden er ook nog kwadraathoeven met schuren en stallen gebouwd, in lijn met de traditie. Maar in de 20ste eeuw veranderde de toestand helemaal. Het trekpaard werd vervangen door de tractor. Stilaan verdween het aantal kleine landbouwbedrijven en het aantal middelgrote verminderde. De nieuwe druk opgelegd door de landbouw beïnvloedde de veranderingen in grote boerenpachten. De oogst werd dadelijk naar de grote silo’s gebracht en de bieten gingen onmiddellijk naar de suikerraffinaderijen. Een deel van het gebouwde patrimonium, zoals de schuren, had geen nut meer en werd vaak verwaarloosd.