TijdlijnDe gemeenten van Haspengouw en MaasArcheologie selected
Geschiedenis
Een streek in het hart van de Europese geschiedenis
Toeristische dienstenGroepsuitstapjesWandelen en FietsenMusea selected
Toerisme
Een kwaliteitsvol toerisme in een gastvrij land
VerscheidenheidHoevenLandschappen selected
Erfgoed
Een land, echt beeld van het Waalse erfgoed

Eind van de 19de eeuw

Molen van DreyeIn Haspengouw ontstaan enkele industriële activiteiten gebaseerd op de winning van mergel, voor de verbetering van de grond. Maar het is vooral de agro-alimentaire industrie die zich ontwikkelt, door de invoering van maalderijen op stoomkracht, brouwerijen, siroopfabrieken en rasperijen. De bietenteelt wint in omvang vanaf 1840. In Donceel wordt in 1854 de tweede suikerfabriek van Haspengouw geopend. In 1870 worden twee pijpleidingen aangelegd vanuit Crisnée en Perwez, om de suikerfabriek van Wanze te bevoorraden. Op hun traject liggen de rasperijen van Viemme en Warnant, die de bieten in vorm van onbewerkt sap toeleveren aan de suikerfabriek.

Tegelijk met deze industrialisering ontwikkelen zich het goederenverkeer en de communicatiemiddelen. De oevers van de Maas, die al vanaf de Oudheid een natuurlijke verbindingsweg vormt, worden in de loop van de 19de eeuw heraangelegd: eerst worden doorvaarten ingericht en vervolgens naaldstuwen, zodat de zwaardere vrachtschepen de verbinding kunnen maken tussen de steden en de industriële centra. De spoorwegen spelen ook een belangrijke rol, zowel voor de vallei als voor de Haspengouwse vlakten. Vanaf 1884 worden verschillende nieuwe spoorverbindingen aangelegd, zoals het traject tussen Huy en Waremme. Verantwoordelijke hiervoor is de ‘Société des Chemins de fer vicinaux’, die op deze manier verschillende dorpen uit hun isolement haalt. Ook de onverharde wegen, die tot dan toe moeilijk begaanbaar waren, worden aangepakt door de staat, die vanaf 1840 een netwerk van secundaire wegen aanlegt.

Van 1880 tot 1895 beleeft de landbouw een ernstige crisis door de invoering van goedkope Amerikaanse tarwe. Talloze kleine boeren zijn hierdoor gedwongen hun activiteiten op te geven. Vele van hen trekken naar de vallei, net als talrijke voormalige landarbeiders, om daar in de fabrieken aan de slag te gaan. Het kleine grondbezit verdwijnt vrijwel, waardoor in onze tijd enkel nog grote landbouwbedrijven overblijven. In sommige gemeenten, die dichtbij de industriële centra gelegen zijn, zorgen de vrouwen voor de kleine boerderij, terwijl hun echtgenoten van de lente tot de herfst werken als steenbakkers. Sommige van hen werken zelfs op werven in het buitenland.
Brochures | Links | Partners | Fotogalerij | Gids