TijdlijnDe gemeenten van Haspengouw en MaasArcheologie selected
Geschiedenis
Een streek in het hart van de Europese geschiedenis
Toeristische dienstenGroepsuitstapjesWandelen en FietsenMusea selected
Toerisme
Een kwaliteitsvol toerisme in een gastvrij land
VerscheidenheidHoevenLandschappen selected
Erfgoed
Een land, echt beeld van het Waalse erfgoed

Heren, monniken, kanunniken en boeren

Na de dood van Karel de Grote valt zijn rijk uiteen in verschillende rivaliserende koninkrijken en graafschappen. De autoriteiten boeten aan macht in, terwijl lokale heersers zich rechten toe-eigenen die oorspronkelijk enkel aan koningen toekwamen. Deze rechten oefenen ze uit op de bewoners van hun grondgebied, dat ze beheersen vanuit hun kasteel of slottoren. De fragmentering van het openbare gezag en van de gebieden vermindert als de prinsen zoals de prins-bisschop van Luik en de graaf van Namen erin slagen de verschillende machthebbers samen te brengen onder hun gezag. Zij doen dit door de heersers aan zich te binden als vazallen, of door het gebruik van brute kracht. Amay en ons gedeelte van Haspengouw, net als het oude graafschap van Clermont komen stap voor stap in handen van het prinsbisdom Luik.

Van versterkte huizen en kerken uit deze tijd resteert zeer weinig. De oude burchtgemeenschap van Amay heeft zijn collegiale kerk, met enkele Romaanse gedeelten, en de Romaanse toren uit de 12de eeuw, waar zich de ‘avoués’ (door de kerk aangewezen gezagsdragers) ophielden. Op het Haspengouwse platteland werden in de 19de eeuw veel kerken herbouwd. In deze nieuwe bouwwerken zijn echter veel middeleeuwse overblijfselen verwerkt, zoals bijvoorbeeld in Villers-le-Bouillet, Saint-Georges, Warnant, Haneffe, Celles en Aineffe. Van de kastelen staan her en der nog enkele muren overeind (Limont, Warnant), of een feodale heuvel (Faimes, Waleffe) die ooit dienst deed als fundament voor een houten toren. Boven Engihoul zijn ook enkele resten van de onderbouw gevonden van het kasteel van de graven van Clermont, dat door de inwoners van Huy werd verwoest.

In de Middeleeuwen stond grondbezit gelijk aan rijkdom. Wie landerijen had, wist zich verzekerd van een goede positie in de maatschappelijke hiërarchie. Bovendien was de eigenaar ook de heerser over de bewoners van zijn landerijen. Een groot deel van de landerijen behoorde toe aan de kerk. Benedictijnse abdijen zoals die van Saint Jacques en Saint Laurent, de kapittels van Luik, Huy en Amay… ze bezitten allemaal heerlijkheden, boerderijen en gronden, rechten op tienden en andere rechten die met grondbezit verbonden zijn, en bovendien de belangrijkste bossen. De Cisterciënzer abdijen van Val Notre Dame, Val Benoît, Val Saint Lambert en Paix-Dieu en het Premonstratenzer-klooster van Floreffe vergaren ook talrijke landerijen waarvan de opbrengst in hun graanschuren terechtkomt.

Saint Georges De heerlijkheden in handen van leken zijn ook steeds talrijker. Die van Haneffe, Faimes, Limont, Jeneffe, Dommartin, Fize en Cerf zullen - ofschoon onopgemerkt - een belangrijke rol spelen in de geschiedenis. Het is bekend dat de heren altijd wel een grote herenboerderij bezaten die nauw verbonden was met hun kasteel of slottoren, maar dat ze de voorkeur gaven aan de wapendracht en avontuur in plaats van het beheer van hun landerijen. Nu eens stonden ze de ‘avoué’ van Haspengouw bij in de strijd die hij voor de prins-bisschop aanbond tegen de graaf van Namen of de hertog van Brabant. Op andere momenten raakten ze dan weer slaags met elkaar en vormden twee vijandige kampen. De oorlog tussen de Awans en de Waroux zal de meest bloedige zijn uit deze broedertwisten die op Haspengouwse grond zijn uitgevochten.
Brochures | Links | Partners | Fotogalerij | Gids