
Karakteristieke dorpen in Haspengouw en Maas
|
|
|
Vaak ten onrechte als niet-toeristisch beschouwd, biedt regio Haspengouw-Maas erfgoed waarin gerichte getuigen van alle tijdperken terug te vinden zijn, maar ook architecturale gehelen die, verbonden aan hun natuurlijke en geschiedkundige omgeving, terug zin opwekken bepaalde periodes van het verleden beter te leren kennen.
Verschillende dorpen spreken beter dan eender welk boek het kan, over het verleden van hun inwoners. Sommigen behouden een deel van hun historische kern waarin een kasteel te vinden is, vaak in evenwicht met de kerk, boerderijen en de oude huizen van het dorp.
Een geheel, zoals het gehucht Saives (Faimes) met zijn kapel en zijn twee versterkte hoeven, is definitief een van de meest interessante sites in Wallonië, en roept de pracht op van de 18de eeuw, de Eeuw van de Verlichting. Het is inderdaad verbazend deze plek niet terug te vinden op de lijst Buitengewoon Erfgoed van het Waalse Gewest.
Kastelen als Jehay, Waleffe, of zelfs Oultremont, hebben een onschatbare waarde niet enkel omwille van hun site, maar ook omwille hun architectuur. De gebouwen van de abdijen van La Paix-Dieu en Flône vertonen niets van hun middeleeuwse oorsprong meer, maar ze weerspiegelen de tijd van hun welvaart in de 17de en de 18de eeuw. Hun onmiddellijke omgeving binnen valleien was van cruciaal belang voor hun oorsprong.
De meeste dorpen in de streek stammen uit de Middeleeuwen (rond het jaar 1000). In deze periode bestond een parochie gemiddeld genomen uit een kerk omringd door enkele woonhuizen. Tot 1300 werden in de buurt van de Maasoevers bossen gerooid, speciaal om er nieuwe nederzettingen te vestigen. Tot die tijd was het landschap veel bosrijker dan nu. In de buurt van de kerk was meestal ook een kasteel te vinden dat als woonstee diende voor de lokale heerser.
Een uitzonderlijke site te Lamine herinnert aan de historische oorsprong van onze dorpen met de overblijfselen van een parochiekerk, en een kasteelheuvel waarop de oude donjon van de raadsleden van Haspengouw te vinden was. De parochiekerk heeft een middeleeuwse toren die bewaard is gebleven en langzamerhand een eigen waarde zou krijgen. Deze topografie met kerk, kasteel en boerderij is in enorm veel dorpen in verschillende vormen aanwezig want – indien, te Lamine, de tijd lijkt te hebben stilgestaan in de Middeleeuwen – evolueerde elke eenheid in andere dorpen : zeldzaam zijn de oude centra die hun oorspronkelijke vorm hebben behouden.
Een paar kilometer daarvandaan herinnert de uitzonderlijke site van Berloz ons aan een rangschikking die duidelijk veranderde in recentere tijden. Een merkwaardig geheel uitgemaakt door de Sint-Lambertuskerk, de pastorie, het kasteel en zijn kasteelhoeve, stond het historisch centrum van Berloz ooit omringd door een groot park. Deze geklasseerde plek is aantrekkelijk voor wandelaars die het kasteelcomplex gedeeltelijk kunnen bereiken via een leuk steegje omringd door hoge muren.
De parochiekerk Saint-Lambert heeft geen gebrek aan charme. De imposante poort van dit mooie pand van bak- en kalksteen voorbij, ontdekt de bezoeker een middenschip ritmisch ondersteund door gotische zuilen en mooi verlicht door Romainville 1976 geschilderd glas. De kasteelhoeve is een imposant kwadraatgebouw op de vroegere grondvesten van de oude burcht opgericht. De hoofdkern dateert uit de 17de eeuw. Met zijn vierkantvorm, geplaveide erf, portiek en monumentale schuur is het een typisch voorbeeld van de Haspengouwse hoeve. Het nabijgelegen dorp Rosoux, met zijn kasteel en immens landschapspark ooit in de Franse stijl, zijn kerk en beboste omgeving, is eveneens een zeer liefelijk dorp.
De Haspengouwse dorpen worden gekenmerkt door een woonkern, omringd door boomgaarden en moestuinen. De rest van het gebied bestaat uit uitgestrekte velden, doorsneden door wegen die naar het dorp leiden. Typisch voor het Haspengouwse landschap zijn de grote vierkantshoeven die gewoonlijk aan de hoofdstraat van een woonkern gelegen zijn. Ze behoren toe aan religieuze orden, de adel of soms aan rijk geworden boeren.
Op het Haspengouwse plateau onderscheidt het dorp Momalle (gemeente Remicourt) zich door een groot aantal van deze traditionele kwadraathoeves. De allermooiste is ongetwijfeld de oude abdijhoeve van Momelette, enigszins weg van het middelpunt ten opzichte van het dorpscentrum, en waar een elegante, gedeeltelijk gotische parochiekerk vooral opvalt. De dorpsstraten worden helemaal afgebakend door deze landbouwbedrijven uit een andere tijd. Kasteel- en herenhoeven uit de Middeleeuwen, bouwsel uit de Moderne-tijd, en bedrijven van de 19de eeuw staan zij-aan-zij. Ze werden ook opgericht volgens hetzelfde plan. Sommige hebben tal van constructies behouden op het land ; in andere blijven enkel het hoofdgebouw en een paar bijgebouwen over. Een paar kleinere boerderijen vertonen eerder een U of een L vorm. Momalle is beslist een van de dorpen met de meeste sporen van het « plattelandsleven van toen ». Iets dat in eer wordt gehouden door alle inwoners van Haspengouw.
Verschillende dorpen hebben hun historisch erfgoed uitstekend weten te bewaren. Het dorpje Warnant-Dreye, dat deel uitmaakt van Villers-le-Bouillet, bestaat uit ruim zes vierkantshoeven, die aan de hoofdstraat van het dorp staan. Deze straat omzoomt de dorpskern, bestaande uit de kerk van Saint-Rémi, het klooster en een dorpsplein, waar enkele kleinere wegen op uitkomen. De boerderij ‘du Vieux Château’ roept de sfeer op van het middeleeuwse kasteel dat later naar Oultremont verhuisde. Deze prachtige kasteelboerderij werd heropgebouwd in de 17de en 18de eeuw.
In dezelfde gemeente is er ook het dorpje Vieux-Waleffe, gelegen op de helling van een zijstroom van de Mehaigne. Het heeft nog zijn oude dorpskern, compleet met kasteel en een monumentale boerderij, voorzien van een slottoren met poort en duiventil waar men onderdoor moet om de hoeve te betreden.
Enkele kilometers hiervandaan, in Faimes, is er het dorpje Aineffe, met een eigen kasteel en een Romaanse kerk. Deze kleine kerk vormt een toevluchtsoord voor liefhebbers van stilte en rust. Het is een van de weinige overgebleven romaanse bouwwerken in de streek. De kap van het koor is verfraaid met een Lombardische fries. Het schip werd in de 16de eeuw herbouwd en leunt aan tegen een middeleeuwse toren, die eerst diende als adellijke woonst en vervolgens als toevluchtsoord voor de parochianen.Meer naar het noorden toe is het dorpje Saives gelegen, een prachtvoorbeeld van de ‘Lumières-architectuur’ in het Luikse land. De kapel van Notre-Dame en Saint-Lambert is een uniek bouwwerk, dat tegen 1754 werd herbouwd door Lambert van den Steen, abt van Amay en heer van Saives. In de directe omgeving werd in de 17de en 18de eeuw de kasteelboerderij opgetrokken als zetel van de oude heerlijkheid. De andere kasteelboerderij (kasteel Pecsteen) dateert uit dezelfde periode en vult het geheel wonderwel aan.
Het uiterlijk van Donceel wordt volledig bepaald door de parochiekerk van Saint-Cyr en Sainte-Jullitte, met haar bijzondere middeleeuwse toren in zandsteen, kalksteen en vuursteen. Verschillende boerderijen, waaronder die van Saint-Jacques, vormen samen met de kerk een mooi architecturaal geheel. Iets lager gelegen dan het dorp zelf, vlakbij de Yerne, vindt u het kasteel van Donceel. De geschiedenis van het domein gaat terug tot in de elfde eeuw. Aan de rand van de stroom is een prachtig park.
Wie de Yerne een tijdje volgt, komt automatisch uit in Haneffe waar enkele huizen gegroepeerd zijn rond een versterkte woning. Deze bestaat uit een herenboerderij, door een slotgracht gescheiden van het bijbehorende kasteel. De slotgracht kan worden overgestoken via een stenen brug. De kerk van Haneffe is een kasteelkapel met een originele, middeleeuwse toren. Aan de andere kant van de kerk is een prachtig presbyteriaans klooster gelegen uit de 18de eeuw. Hiernaast vind je de overblijfselen van een oude commanderij met boerderij en kapel. Even buiten het dorp, richting Verlaine, is nog het monumentale hoofdgebouw te bewonderen van de Degive-boerderij, met venster- en deurlijsten in kalksteen.
In de gemeente Verlaine hebt u ook de gelegenheid om uw ogen de kost te geven : het dorpje Chapon-Seraing mag verschillende boerderijen rekenen tot zijn uitzonderlijke rurale erfgoed. Het dorpscomité heeft met behulp van informatiepanelen een route uitgestippeld waarlangs u het een en ander kunt leren over het lokale erfgoed.
Nog altijd in Verlaine, maar dichter bij de Maas vindt u het dorp Bodegnée, dat regelrecht uit de tijd van het Ancien Régime lijkt te komen. Het gehucht heeft een kasteelboerderij en een versterkte toren tegenover de kerk van Saint-Nazaire, en het geheel ademt helemaal de sfeer uit die tijd. Een ander opmerkelijk bouwwerk, namelijk de boerderij van Gerbehaye (het bos van Gerbert), staat wat verderop. Bezienswaardigheden zijn hier vooral de ronde duiventil die omringd wordt door een vijver, en de majestueuze kalkstenen poort. De boerderij biedt bovendien een schitterend uitzicht op de Bendevallei, met zijn kasteel van Jehay, de abdij van Paix-Dieu, de Bende-molen en de toeristische site ‘De Meesters van het Vuur’.
Ten noorden van de regio trekt een aantal milieu-en bouwkundige gehelen op het platteland ook wel de aandacht aan. Inbegrepen te Hollogne-sur-Geer : het dorp wordt doorkruist door de rivier Geer/Jeker en is aangelegd al beide kanten van een hoofdstraat rond het kasteel, centraal element ten tijde van de heerlijkheid, met kerk en parochiekern enigszins aan de kant. Dit dorp lijkt zijn habitat op een losse wijze in een natuurlijke omgeving bepaald te hebben. Weiden, boomgaarden en moerassen dienen als « gemeenschappelijke gronden » ; kasteeldreven met bomen, kleine bosjes, huizen en hoevegebouwen omringd door tuintjes vormen de belangrijkste elementen van dit dorpslandschap. Het platteland en zijn grote korenvelden volgen nauwelijks de « dorpsaureool » zoals geografen dit noemen, omdat hier het bebouwd gestel staat, omringd door een kroon van weilanden en boomgaarden. Vandaag de dag is het dorp een beetje « opgeblazen », heringericht en gemoderniseerd. Bepaalde elementen erfgoed en landschap zijn verdwenen, of hebben slechts enkele sporen nagelaten. Het verstrijken van de tijd heeft hier schade aangericht. Maar voor de wandelaar is Hollogne-sur-Geer nog steeds een van de dorpen waar men niet enkel het verleden verkennen kan dankzij een uitzonderlijk gaaf gebleven patrimonium, maar ook door een goed bewaarde omgeving uit de dagen waarin deze dorpsgemeenschap zich heeft gevormd, de Middeleeuwen en de Moderne-tijd.
Eveneens op de Jeker, maar deel uitmakende van de gemeente Waremme/Borgworm, kan het dorpje Oleye er trots op zijn dat het, omstreeks 1240, de eerste zusters van La Paix-Dieu (Vredes Gods) zag aankomen, enkele jaren voor hun overplaatsing naar Bodegnee. Een van de merkwaardige hoeven in de buurt van de kerk heeft stellig een abdijschuur van deze cisterciënzergemeenschap geërfd. Maar hier is het de kerk, met haar beboomd pleintje op een lichtjes hogere plek staande, die structuur geeft aan het dorp. Het gebouw heeft zijn middeleeuwse toren behouden ; het behoorde al in de 10de eeuw tot de Parijse abdij van Saint-Denis.
Laten we de Jerder verder volgen. Zo komen we uit in de omliggende dorpen Oreye (Oerle) en Otrange (Wouteringen). Beide agglomeraties hebben ooit deel uitgemaakt van twee afzonderlijke seculiere heerlijkheden. Beide dorpen worden echter doorkruist door de rivier, die stroomt door een reeks met populieren beplante weilanden, wat een zeer schilderachtig karakter aan de omgeving geeft. Bovendien verbindt een oude weg de twee kasteelhoeves, allebei ontstaan uit een middeleeuws donjon. De omweg is de moeite waard voor wie dit hele erfgoed en haar omgeving wil zien. De nabijheid van het landgoed van de twee heerlijkheden, de consistentie van hun architectuur, evenals hun omringende landschap verdienen dat men er eens blijft stilstaan.
Gelegen aan de Maas, is het dorpje Dommartin vanouds bekend om zijn bloemenpracht. De architectuur vormt een harmonieus geheel, met verschillende grote boerderijen die rond een 18de eeuwse kerk gegroepeerd zijn. Op een van de kruispunten is het Hencotte-kruis te vinden, dat het dorp al sinds 1887 beschermt.
Warfusée, is vooral bekend om zijn kasteel. Dit bouwwerk wordt gerekend tot Walloniës belangrijkste erfgoed en is onafscheidelijk verbonden met het landschap en de architectuur eromheen. Vlakbij staan verschillende kleine huisjes aan een klein plein, en er is een magnifieke herenboerderij met een dreef omzoomd door lange bomenrijen. Het kasteelpark, maar ook de bosrijke omgeving en de uitgestrekte Haspengouwse velden zijn voor deze plek van onschatbare waarde.
Engis gaat vooral prat op zijn rijke industriële verleden, waarvan onder andere de kalkovens levende getuigen zijn. Het dorp van Hermalle-sous-Huy neemt in deze context een bijzondere plaats in. In 1315, tijdens de oorlog tussen de Awans en de Waroux werd het kasteel van Hermalle met de grond gelijk gemaakt. Nadien werd het heropgebouwd en vervolgens verbouwd tijdens de 17de eeuw. De torenpoort van de kasteelboerderij vormde de ingang en werd in 1642 voorzien van een ophaalbrug waarop het bouwjaar is aangegeven. Het huidige uitzicht van het dorp wordt in de 17de en 18de eeuw getekend, door de bouw van de boerderij met de twee torens, de ‘Cense Casal’ ; de Ans-boerderij (1630) ; de kasteelhoeve met de naam ‘Maison de la Boverie’ (1642) ; de woonst van de kapelaan (1676) ; de postherberg (1720). Verder zijn er nog enkele particuliere woningen het bekijken waard. We noemen hier de schitterende geklasseerde pastorij, die werd gebouwd door de vader van Jean-Gilles Jacob, en verder het Hénahuis. Het centrum van Hermalle is een schitterend architecturaal geheel, dat de grootste zorg verdient.
Naast de landelijke en industriële gehelen kent de regio geen zeer grote steden. Maar Amay en Waremme/Borgworm hebben een goed uitgesproken stedelijk karakter ; ook al is hun oorsprong middeleeuws hebben ze allebei een heel bijzondere fysionomie die hun identiteit bevestigt.
Amay vertoont rond zijn collegiale kerk en zijn plein nog een aantal sporen van landelijk verleden.
Maar het zijn vooral de huizen uit de 17de en de 18de eeuw, die behoorden aan de kanunniken in dienst van de collegiale, die het oude dorpscentrum afbakenen. Het plein van Amay bevond zich op de huidige plaats van de kloosters omwille de overstromingen te wijten aan de nabijheid van de Maas. Het was rond de collegiale kerk en dit plein dat zich eertijds de woningen van de kanunniken, verbonden aan de erediensten en het beheer van de collegiale, groepeerden.
Deze canonieke huizen stamden over het algemeen uit het midden van de 18de eeuw, behalve het huis Gossuart.
Een van de kloosterhuizen wordt nu omringd door een oude Byzantijnse priorij uit de vorige eeuw. Dit gebouw uit het 2de derde van de 18de eeuw heeft drie verdiepingen, met een beletage en terras ervoor. Het is vooral opmerkelijk door de chic van zijn portaal opgeluisterd met fronton. Op nummer 3 van dezelfde Pascal Duboisstraat staat, iets hogerop, een van de mooiste huizen van het monastieke Amay ; het werd gebouwd in het midden van de 18de eeuw en bewoond door Kanunnik Vivario. Voorafgegaan door een tuin waartoe een mooi portaal de toegang verleent, ziet het pand er zeer stijlvol uit met zijn twee verdiepingen, vijf traveeën en een centraal fronton met rankrocaille. De rode kalkmelk die het bedekt, alhoewel recent, roept de Luikse traditie van de 17de en 18de eeuw weer op.
Tegenover de noordelijke ingang van de collegiale staat een groot huis gebouwd in L-vorm, op twee en een halve hoogten van zeven traveeën en drie overspanningen, dat nu het cultureel centrum onderbrengt. Dit gebouw dateert uit de jaren 1731-1732 ; maar de rechthoekige nissen kunnen aanpassingen van het einde van de 18de eeuw zijn, ter vervanging van smalle horizontale nissen, zoals nog zichtbaar op de gevel. Het geboortehuis van Gaston Grégoire is ook in een L-vorm gebouwd en wordt voorafgegaan door een kleine binnenplaats te bereiken via een monumentale poort in rococostijl, maar zonder kroon. De rechthoekige, vrij kleine nissen lijken nog te passen in de traditie van de 17de eeuw. Het pand kan niettemin worden beschouwd als opgericht midden de 18de eeuw.
Maar het huis van kanunnik Gossuart op nr. 30 van dezelfde straat overschaduwt al zijn medehuizen, zowel door de kwaliteit van het interieur als door de pracht van de uiterlijke verschijning. Het huis bestaat uit twee aan elkaar grenzende woonsten samen in een in L-vorm. Aan de straatkant dateert het huis uit het 1ste derde van de 18de eeuw. Het werd bewoond door kanunnik Ferdinand Gossuart, overleden in anno 1733. Zijn neef Godefroid, een kanunnik die hield van pracht en praal – en aan wie wij het huidige geheel te danken hebben – voegde aan het oorspronkelijke verblijf een groot deelgebouw in Rocaillestijl toe in 1740, en het monumentale portaal van het binnenhof versierd met zijn monogram, en gedateerd 1741 op de achtergevel.
Waremme/Borgworm echter is hoegenaamd een nieuwe stad. Ze werd gekenmerkt door een verstedelijking in haar hoedanigheid van een « halte » op de spoorverbinding Luik-Brussel, en lijkt weinig ruimte overgelaten te hebben aan de oude stad zoals die voorgesteld werd op 18de eeuw gravures van Remacle Leloup. De stad is vrij uiteenlopende, en wordt vooral gedomineerd door de gangbare architectuur van de 19de en het begin van de 20ste eeuw. De parochiekerk is een neogotisch gebouw. Het stadhuis werd aangelegd in een eclectische stijl. Het elegante huis van de Lejeune-d’Anglure’s, gebouwd circa 1790, werd op zijn beurt vergroot in de loop van de 19de eeuw door zijn beroemde bewoner, Jules Lejeune, burgemeester en volksvertegenwoordiger. De rustige Haspengouwse stad is nu enkel nog handelscentrum voor de mensen uit de omliggende dorpen.
En we moeten naar de dorpen Oleye en Bettincourt, waar vier rechtover elkaar staande kwadraathoeven in de bekende regionale stijl een vrij uniek architecturaal geheel vormen, om nog herinnerd te worden aan de rol van de streekmarkt, en de invloed die de hoofdstad van Haspengouw uitoefende op de andere dorpen toen de landbouw de regio nog domineerde.
Het dorp Ampsin weerspiegelt echter de industriële wereld van de 19de eeuw, die de ganse volgende eeuw zou voortduren. Indien het hof van Bende, en de oude smidse waar het interpretatieve toeristische centrum « Les Maîtres du feu » (Meesters van het Vuur) werd ondergebracht, duiden op diversiteit in industriële activiteiten in deze regio vol oude gebouwen, kalkovens en steengroeves, is Ampsin het perfecte voorbeeld van een agglomeratie gedomineerd door verschillende generaties industriëlen die ambten bekleedden in de stad. De architectuur van het dorp is nog steeds doordrongen van deze 19de eeuw tendens : een centraal plein met kerk, gemeentehuis, school, oude brouwerij en burgervilla’s, samen in een vrij homogeen geheel. Al dan niet bewoond door Ampsinese « captains of industry » behoudt enkel nog het kasteel zijn Ancien Regime karakter van een bolwerk voor de kleine aristocratie.
|
|
|