
|
|
|
Op de gronden van Warnant-Dreye heeft men sporen teruggevonden van een Neolithische bezetting: overblijfselen van een villa nabij een Gallo-Romeins gehucht en een oud merovingisch kerkhof (5de eeuw).
Heilige Rémi, de parochieheilige, geeft ons een idee van de oudheid van dit dorp, maar slechts in 1137 verschijnt de naam van het dorp voor het eerst in een tekst; bij een gift van ridder Gontran de Warnant aan de abdij van Flône.
Warnant maakte toen deel uit van het graafschap van Moha en werd, samen met Moha, overgeleverd aan de prins-bisschop van Luik in het midden van de 13de eeuw.
De geschiedenis van het dorp wordt gekenmerkt door de ridderlijke stamboom genaamd Warnant. Deze familie beschikte over het kasteel gelegen naast de Saint-Rémi kerk.
In 1370 gaan het kasteel en de heerlijkheid over naar een andere tak van de familie, genaamd: Warnant-Ladrier. Zij verbleven in hun versterkte huis te Oultremont en droegen hiervan de naam.
Dit aristocratische gebouw, ter zijde gelegen, domineert het dorp met zijn massa. Het werd vernietigd in 1636 en terug opgebouwd tijdens de 17de en 18de eeuw.
In het centrum van het dorp bevindt zich de Saint-Rémi kerk, deze werd in de 16de eeuw gebouwd en herbewerkt van 1898 tot 1902 door de architect F. Feuillat-Fiévez. Het is een gebouw met drie beuken en een toren.
Het pastoorshuis gelegen bij de ‘place du Tilleul’, werd bewoond door de pastoor, kannunik van de premonstratenzerorde. Dit huis werd gebouwd in 1747 en was eveneens een centrum van landbouwactiviteit met zijn vele gronden bewerkt door dienaren.
De abdij van Floreffe bezat een andere hoeve bij het binnenkomen van het dorp: la ferme du Tilleul (hoeve van de lindeboom). Deze werd in twee keren gebouwd. De langwerpige schuur bezit prachtig timmerwerk dat wordt ondersteund met ronde pilaren gemaakt van baksteen die de ruimte in drie verdelen.
De Tempeliers, een religieuze krijgsorde, komen zich vestigen in Warnant tijdens de 13de eeuw. Hun commanderij werd gebouwd op het heuveltje ‘des Burettes’. Het bestond uit een versterkt huis met hoeve en een kapel gewijd aan heilige Jean-Baptiste. Na de onderdrukking van de tempeliers werd de commanderij eerst gebruikt door de Hospitaal Orde, nadien door de Orde van Malta. Het geheel werd omstreeks 1919 gerenoveerd.
La ferme du Vieux-Château (de hoeve van het Oude kasteel) vindt zijn oorsprong in het eerste kasteel van Warnant. Vroeger was het zijn hoenderhof. De hoeve is nog volgens zijn oude naam genoemd in tegenstelling met het kasteel van Oultremont dat recenter is. In 1604 bestond het domein uit enkele tuinen en weien met een oppervlakte van 6 bonniers en een ploegwerk van 70 bonniers (1 bonnier = 87 aren).
De hoeve werd gebouwd in de 18de eeuw. Men komt op het erf door een toren met portaal gebouwd in baksteen op hoge grondmuren van kalksteen (misschien hergebruikt van een vorig gebouw). Het portaal is ingebed in een holronde omkadering en opgeluisterd met een paanderboog.
De prachtige gevel van het hoofdgebouw dat uitgeeft op de weg, is omboord met een voetpad gemaakt van oude straatstenen. Een trapje bestaande uit drie tredes leidt naar de mooie deur met een deur met opening waarvan de bovendorpel is uitgesneden. De bijgebouwen, dienende voor de landbouwactiviteiten, zijn: de stallen en een immens grote schuur met daarnaast het gebouw waarin zich de rosmolen bevond (vroeger brachten de paarden daar een dorsmachine in beweging).
Sommige boerderijen vertonen duidelijk het aanzien dat de eigenaars genoten; zoals la ferme de la tour (de torenhoeve) voorzien van een slottoren gebouwd in de 17de eeuw.
In 1752 telde de Ferme de Waha nog vijf schaapskooien gebouwd met pleisterklei en een dak van stro. Aan het einde van de 18de eeuw vervangde men deze door steviger gebouwen. Deze hoeve laat ons goed zien hoe de architectuur veranderde naargelang de noden van de eigenaars, landbouwers.
Voorbeelden van de oudere constructietechnieken zoals: beschotwerk, gebruikt voor de bouw van schuren maar ook van dorpshuizen, vinden we nog terug in de Ferme de Chantraine te Dreye. De verdieping van het portaal dat uitgeeft op het erf is gemaakt van beschotwerk. Maar baksteen heeft de pleisterklei vervangen.
La ferme de la Chapelle (de kapellenhoeve) toont ons in zijn versierkunst enkele plaatselijke karakteristieken met zijn consoles in de vorm van het menselijke hoofd. (Midden 16de eeuw).
Het dorp Dreye was ook, ondanks het kleine aantal bewoners, een parochiaal centrum, bediend door de abdij van Flône. Dreye was door het lot verbonden met Warnant. Beiden werden in 1823 samengevoegd, en vormen sindsdien één gemeente. De kerk van Dreye werd heropgebouwd in 1852 en is omwald met een van vroeger afkomstige defensiemuur.
Een andere belangrijk element in het landschap van Warnant en Dreye is de molen. Tussen de twee woongroepen tekenen zich twee valleien af. Deze werden uitgegraven door beekjes die even stroomopwaarts van de samenloop van de Mehaigne, Toultia en Narméa samenkomen. Twee molens zijn bewaard gebleven: de molen van Dreye en de molen van Toultia. Ze bevinden zich in bovengenoemde zone en zijn nog steeds voorzien van hun oorspronkelijke rad (19de eeuw). Zij vormden een onmisbare aanvulling bij de landbouwactiviteiten van de dorpelingen.
|
|
|