Menu
0
   

De Romeinse periode begint in onze provincie vanaf de verovering van Gallië door de legioenen van Caesar, tussen 58 en 51 v.C. Een belangrijke erfenis van deze beschaving is het begin van het stedelijke leven, dat zich spiegelde aan de levenswijze in Rome en andere zuidelijke steden.

Toch ontstaan er in België in deze periode maar enkele steden: Doornik, Aarlen en Tongeren. Er zijn echter veel middelgrote dorpen, waar ambachtslieden en kooplui de plak zwaaien. Deze vestigingsplaatsen danken hun ontstaan aan de Romeinse ‘vici’, die zich vaak bevonden op de kruising van twee belangrijke landwegen of van een landweg met een waterloop. De Romeinse heirwegen zijn in dit opzicht bepalend voor de economische ontwikkeling in deze streek. De Belgische noord-zuidas loopt over Tongeren naar Aarlen, via een steenweg langs de oversteekplaats van Ombret.

De kleine agglomeratie die zich ontwikkelt aan beide zijden van de Maas, volgt deze route en de loop van het water. Zij maakt deel uit van één en dezelfde ‘vicus’, die ontstaat in de 1ste eeuw na Christus, en zich verder ontwikkelt in de 2de en 3de eeuw. Rond 270 n.C. wordt de nederzetting vernietigd, en in de 4de eeuw heropgebouwd. Ze wint aan belang door de brug die er gebouwd wordt en die een beetje verder stroomopwaarts gelegen is dan de huidige.