Menu
0
   

De stad Waremme/Borgworm wordt beschouwd als de hoofdstad van Haspengouw. Het gebied was al grotendeels bewoond sinds het Neolithicum. Gedurende de Romeinse tijd werden er verschillende « villae » neergezet in de buurt van de bekende Bavay-Cologne/Keulen heirweg die het doorkruiste. Het is rond het kasteel dat Waremme/Borgworm zich zou ontwikkelen in de 11de eeuw. Deze kasteelkern werd omstreeks 1840 verwoest. Archieven vertonen echter een plan uit de 18de eeuw waarop goed te zien is hoe een aardheuvel uitgerust met defensieve elementen de stad beveiligde.
Als omheinde kasteelstede en godsdienstig centrum zou het stadje zich ook heel gauw tot een kleine economische kern ontwikkelen, met een markt en het opleggen van tol. Ondanks haar belang als domaniaal centerpunt zou Waremme/Borgworm enkel het stadsstatus verwerven in de loop van de 14de en de 15de eeuw. Toen kwamen er verwijzingen naar « Goede Stad » in officiële documenten. In 1474 staat er ook een perron (of veranda), symbool van de privileges verworven door de stad.
De 18de eeuw, vol oorlogen en verwoesting, ruimde tenslotte plaats voor de stedelijke ontwikkeling kenmerkend van de 19de en de 20ste eeuw, met o.a. de aanleg van een spoorweg en het oprichten van een station. Een groot aantal wijken zal veranderen en zich verstedelijken, en een heleboel ouder erfgoed zal verdwijnen of verbouwd worden om Waremme/Borgworm haar « nieuw » gelaat te verlenen. Even buiten de stadspoorten vindt men het Longchamps kasteel, een elegant gebouw uit de 19de eeuw, voorafgegaan door een dreef, en vrijwel het enige voorbeeld van Empirestijl architectuur in onze regio. Door fusies van gemeenten werd Waremme/Borgworm uitgebreid met Bettincourt, Bleret, Bovenistier, Grand-Axhe, Lantremange en Oleye, zes dorpen die trouw bleven aan welbepaalde Haspengouwse eigenschappen, zegt maar : het ware erfgoed van het platteland.
Oorspronkelijk maakte Bettincourt deel uit van de stad in eenzelfde gemeentenucleus. Het pluspunt van dit dorp ligt in een klein architecturaal ensemble met 4 kwadraatshoeven die rechtover elkaar staan aan het kruispunt van 4 wegen binnen het dorpsnetwerk.
Bleret, een landelijk oord, was een domein dat verkocht werd aan de Luikse kanunniken van Saint-Denis in 1278. De kerk, met haar schip uit de 14de en 15de eeuw, en verbouwd in de 18de en 19de eeuw, is er het belangrijkste element.
Bovenistier behoorde aan andere kanunniken van Luik toe, die van Saint-Jean. Het hele dorp was eigenlijk in hun bezit tegen het einde van het Ancien Regime. Opmerkelijk hier is een imposant neogotisch gebouw uit 1857. Tegenover de kerk staat een grote kwadraathoeve met een tamelijk oude kern (1584).
Lantremange heeft een aantal boerderijen waarvan de belangrijkste helemaal homogeen is, en stamt uit 1774. Wat de kerk betreft : ze werd gebouwd in de 1853 jaren, in neogotische stijl. Demografische uitbreiding in deze regio tijdens de 19de eeuw veroorzaakte vaak de vernietiging van het oude bouwwerk ten voordele van omvangrijker constructies : zo konden de parochianen – wier aantal ook aan het groeien was – beter de erediensten volgen.
Grand-Axhe is een zeer oud landgoed dat behoorde aan de Abdij Saint-Denis, in de buurt van Parijs, waarover officiële documenten bestaan sinds het begin van de 9de eeuw. Op het gebied van architectuur is de parochiekerk ook in de neogotische lijn, en ze vervangt waarschijnlijk het bouwwerk gewijd in 805.
Wat Oleye betreft : dit is een dorp met historische betekenis sinds het, als eerste, de religieuze orde van de Zusters Cisterciënzers van la Paix-Dieu (Vredes Gods) huisvestte, al zouden ze later naar een andere locatie gaan. De Zusters lieten een grote schuur achter, nog altijd in gebruik in de vroege 14de eeuw door lekenbroeders. Maar het is met Saint-Denis, al lang aanwezig in de streek, dat de dorpsbewoners van Oleye de sterkste banden hadden ; ze waren allicht ook verantwoordelijk voor het ontstaan van deze prachtige kerk hoog op een heuvel, opgericht in de 12de en de 13de eeuw. Het pand heeft zijn middeleeuwse toren behouden. Het werd verbouwd in 16de en de 17de eeuw.
Oleye heeft ook een zeer interessant industrieel gebouw, eerst een maalderij, dan een stokerij in de 19de eeuw. Het staat op de grondvesten van een vroegere molen langs de Geer.